Van reflectie naar compositie
Share
Van reflectie naar compositie: het persoonlijke verhaal van Maurice over Reflections out of the Blue
In deze blog vertelt onze componist Maurice Borchers over het persoonlijke verhaal achter zijn nieuwe werk voor brassband: Reflections out of the Blue. Hoe heeft hij het stuk geschreven? En wat is eigenlijk een ‘reflection out of the blue’?
Wat is een ‘reflection out of the blue’?
De eerste keer dat ik wist dat ik een reflection out of the blue meemaakte, was tijdens mijn studie-uitwisseling in Amsterdam. Voor mijn Master filosofie moest ik een half jaar studeren aan een universiteit met expertise in mijn favoriete tak van de filosofie: de wiskundige logica. Op een middag werkte ik aan een interessante maar veeleisende huiswerkopdracht over de modale μ-calculus. Het lukte me maar niet om te concentreren. Iets knaagde aan me, maar ik kon mijn vinger er niet op leggen.
Ik besloot een pauze te nemen en opende het internet. Op Facebook kwam ik een oude foto tegen waarop de 15-jarige Maurice een basketbalwedstrijd speelde. De foto zat in een album met al mijn favoriete sportmomenten uit mijn jeugd. Zo was er een foto van mij en mijn neef op het basketbalveld. Een teamfoto met ons kampioensteam. Een foto met mijn coach. Het geknaag werd plotseling sterker.
De foto’s lieten me reflecteren op een gevoel dat ik al een tijd miste: het gevoel van saamhorige ambitie in een gemeenschap. Mijn leven was altijd al vol met mensen waarmee ik samenwerkte aan iets wat voor ons belangrijk was: een kampioenschap proberen te winnen, een reis maken, een bijzonder muziekstuk instuderen, of zelfs gewoon samen een interessant vak studeren. Dat stond in contrast met mijn huidige situatie. Daar zat ik dan, in mijn eentje wiskundesommen te maken, ver van huis. Ik werkte met niemand samen aan iets waarvan ik diep van binnen wist dat ik het zou vergeten zodra ik er klaar mee was. Ook al was het interessante stof, de opdracht bracht aan het licht dat dit academische leven niet bij me paste.
Er moest iets veranderen. Ik nam contact op met de faculteit van mijn universiteit om de uitwisseling in te korten. De studiepunten kon ik vervangen met onderzoeksprojecten waarin ik kon samenwerken met een professor aan onderzoeksvragen die we allebei belangrijk vonden. Via Facebook nam ik contact op met mijn basketbalcoach van de foto. We organiseerden een reünie met het team waarmee we 10 jaar daarvoor kampioen werden. Tenslotte ging ik weer in Groningen wonen, in de buurt van mensen die dicht bij me stonden.
Ik voelde me opgelucht. Niet alleen ontstond er weer gemeenschap in mijn leven, maar ook liet ik mezelf zien dat ik kan beschermen wat ik belangrijk vind. Ik voelde me verzekerd, gefocust en scherp. Ik had de touwtjes eindelijk weer in handen.
Het knagende gevoel dat ik die middag kreeg noem ik een ‘reflection out of the blue’. Kort gezegd is een reflection out of the blue een gevoel dat ontstaat uit dringend gemis, dat plotseling aan het licht wordt gebracht, dat je doet reflecteren, en dat je aanzet tot verandering. Ik heb regelmatig zulke reflections. Ze kunnen groot zijn en lang duren, maar soms ook klein zijn en kort duren. Ze kunnen gaan over je algehele levenskoers, maar ook over concrete zaken zoals relaties, je persoonlijkheid, je werkplek, je woonplek of je agenda.
Heb jij wel eens een reflection out of the blue gehad?
Het schrijfproces van Reflections out of the Blue
Toen in 2020 de pandemie uitbrak, kreeg ik zeeën van tijd aan mijn handen. Ik besloot om een aantal eerder geschreven schetsen te gebruiken als bronmateriaal voor een groot werk voor brassband.
Een van de belangrijkste schetsen was een melodie in een lydische toonladder. Voor wie deze niet kent - een lydische toonladder is gewoon een majeurtoonladder, maar dan met een verhoogde vierde trap. Bijvoorbeeld, C lydisch bestaat uit de noten C, D, E, F♯, G, A en B. Hierin de F (de vierde noot in de toonladder) verhoogd naar een F♯. Het verschil in klank is groot. Waar de F wil terugvallen naar een E, wil een F♯ juist stijgen naar een G. Dat geeft een gevoel van interne onrust en verlangen en is de typische klank van lydisch.
In de schets maakte ik hier gebruik van. Juist wanneer de vierde trap neigde te stijgen, liet ik het terugvallen naar de derde. Daardoor wordt het verlangen niet zomaar ingelost. Het resultaat is een gevoel van gemis, onmacht en frustratie, maar ook van wens, doorzettingsvermogen en bovenal hoop. Toen ik de schets maakte wist ik het nog niet, maar dit gevoel sloot nauw aan op het gevoel tijdens de reflections die ik soms ervoer.
Een tweede belangrijke schets was een kwartnootritme in een 7/4e maatsoort op een akkoord met een C♯, F♯, G en B (op B♭-instrumenten). Dit figuur bevatte enorm veel mogelijkheden. Ten eerste kon ik het kenmerkende ritme gebruiken, versnellen, vertragen, verlengen, verkorten en omdraaien. Ten tweede bevatte het akkoord met een C♯, F♯, G en B een handige connectie met de lydische toonladder. Als je namelijk G lydisch speelt (G, A, B, C♯, D, E, F♯), zitten alle noten C♯, F♯, G en B in de toonladder. Daardoor was het mogelijk om de lydische melodie te verbinden met deze schets. Ten derde kon ik het akkoord met een C♯, F♯, G en B gebruiken als basis voor nieuw materiaal. Ik draaide de noten van het akkoord om in de volgorde C♯, G, F♯, B om een nieuwe melodie te vormen. Deze nieuwe melodie gebruikte ik om een interessante reeks aan noten te genereren op de volgende manier:

De eerste kolom vanaf links vormt het originele akkoord met C♯, F♯, G en B. De tweede, derde en vierde kolom vormen akkoorden met dezelfde intervallen, maar dan opgebouwd vanaf de vervolgnoten van onze nieuwe melodie: G, F♯ en B. Vervolgens zocht ik een reeks met alle zestien noten van deze vier akkoorden, zodat er zo weinig mogelijk afstand is tussen elke noot en de volgende. Om deze reeks te vinden, tekende ik vanaf elke rij een gekleurd pad tussen de kolommen (zie afbeelding hierboven). Door de vier paden aan elkaar te plakken, kreeg ik een reeks noten die vertrekt op C♯, door alle zestien noten heen loopt en vervolgens weer eindigt op C♯.

Deze reeks was enorm handig; ik kon de reeks vrijuit gebruiken in de schets, omdat de reeks gebouwd was met de harmonie die al in de schets zat. Zo wist ik bijvoorbeeld dat als ik een noot van het akkoord met C♯, F♯, G en B had, ik vier stappen verderop in de reeks weer een noot van hetzelfde akkoord vond (probeer het maar eens!). Zo kon ik gemakkelijk gehele akkoorden door de reeks laten lopen zonder overzicht te verliezen over het harmonische eindpunt.
Toen ik Geert Jan de schetsen liet horen, zag hij potentie in het materiaal en stimuleerde hij me om er mee aan de slag te gaan. Met behulp van zijn coaching heb ik het grootste gedeelte van het werk geschreven tijdens de lockdowns van de pandemie. Pas toen ik tijdens mijn Masteropleiding ontdekte dat ik vaak reflections out of the blue ervaar, wist ik hoe ik het stuk moest afmaken. Ik reviseerde de vorm van het stuk zodat het aansloot op mijn ervaring en zette de puntjes op de i. Toen ik het resultaat aan Geert Jan liet horen, werd hij enthousiast en bood hij aan om het werk uit te geven. Hier ontstond onze samenwerking als uitgeverij en componist.
Graag daag ik je uit om het stuk nog eens te luisteren en het materiaal hierboven proberen terug te vinden in de muziek! Waar hoor je het materiaal? Op welke manier wordt het materiaal volgens jou verbonden en ontwikkeld? En wat voor gevoel geeft dat je?
Luister Reflections out of the Blue hier. Wil je meer weten over Maurice, bezoek dan zijn website.