Update April 2015

Noodgedwongen zit ik op zaterdag met de laptop op de bank, omdat de vrouw haar eerste werkdag heeft en ik de twee kleine monsters kan bezighouden. Tijd voor een update dus!

First things, first. De premiere van Soaring the Sky is een feit. Waarom is het dan niet te horen via de website? Helaas was de opname geen succes. De band kon het prima spelen, helaas speelde concentratie en waarschijnlijk zenuwen ze parten en ging er teveel mis. Niet getreurd, want vanavond tijdens Top Brass Noord 2015 speelt Soli Brass Leeuwarden het. Mits er geen gekke dingen gebeuren met de opname (ook de apparatuur moet goed afgesteld zijn natuurlijk), komt er binnenkort iets op de website.

Dat is natuurlijk niet he enige dat er gebeurd is de laatste tijd. Inferno is inmiddels in concept klaar en zou een keer doorgespeeld moeten worden. Best lastig een graad 6 stuk even doorspelen om er achter komen wat niet werkt, aangezien je al behoorlijk wat repetities kwijt bent om het überhaupt te kunnen spelen. Wordt aan gewerkt zullen we maar zeggen. Inmiddels bevat het werk zes scenes in vijf delen. Het eerste deel bevat twee scenes, het duistere bos en de poort van de hel. De andere scenes en delen gaan achtereenvolgens over: de rivier (moeras) styx, de stad DIS, de negende cirkel van de hel (compleet bevroren) en tot slot het weer zien van de sterren (de zin waarmee elk boek uit de Divine Comedy eindigt).

Hier volgt een korte beschrijving van de delen. Het eerste en laatste deel zijn opgebouwd met een zogenaamde dubbel harmonische ladder, ook wel byzantijnse ladder genoemd.  Het tweede deel is deels gebaseerd op dezelfde ladder, maar bij tijden ook atonaal. Het derde deel is opgebouwd met een octotonische ladder waarbij contant het motief van de hoofdmelodie terugkeert. Het vierde deel is bij tijden compleet atonaal (maar toch eigenlijk compleet tonaal, volgens Dmitri Tymoczko. Dit is hoe hij tonaliteit beschrijft: “1. Conjunct melodic motion. Melodies tend to move by short distances from note to note. 2. Acoustic consonance. Consonant harmonies are preferred to dissonant harmonies, and tend to be used at points of musical stability. 3. Harmonic consistency. The harmonies in a passage of music, whatever they may be, tend to be structurally similar to one another. 4. Limited macroharmony. I use the term “macroharmony” to refer to the total collection of notes heard over moderate spans of musical time. Tonal music tends to use relatively small macroharmonies, often involving five to eight notes. 5. Centricity. Over moderate spans of musical time, one note is heard as being more prominent than the others, appearing more frequently and serving as a goal of musical motion.”1). Het vijfde deel zie de terugkeer van de dubbel harmonische ladder, maar wel in combinatie met thema’s uit het derde deel en een omspeling die ik harmonisch alleen kan uitleggen met behulp van de theorie van de hierboven genoemde tonaliteit, een soort clustertonaliteit met kleine stappen in de melodie en een vrij compacte macro-harmonie. Genoeg theorie. Het klinkt ook wel leuk, mijns inziens!

Daarnaast werk ik dit moment aan twee andere stukken. Een werk voor Euphonium en brassband voor een goede vriend (werktitel Spinning the Gears, want ja we fietsen ook wel eens samen) en een werk voor Thijmen en Fedde (mijn twee zoons) dat Vivat, Crescat, Floreat (Mag hij leven, groeien en bloeien) gaat heten, waarschijnlijk eerst voor fanfare. In Spinning the Gears gebruik ik een systeem dat ik gezien heb bij Krzysztof Penderecki. Een atonaal systeem waarbij alleen bepaalde intervallen gebruikt mogen worden, namelijk een overmatige kwart en een kleine secunde. Dit breid ik uit met een kleine terts (let op allemaal symmetrische verdelingen van het octaaf), waardoor je een systeem krijgt dat zich best aardig leent voor lichte muziek. Maar aangezien ik niet van pure atonale muziek houd, verander ik in het tweede deel naar een tonaal geheel. In het derde deel worden deze systemen gecombineerd tot een geheel. Het idee, voor mij althans, is dat het interval-systeem staat voor de techniek van de fiets: iets compleet mechanisch. En het tonale voor de natuurlijke schoonheid die je tegenkomt tijdens het rijden, ofwel iets harmonisch.

1. Tymoczko, Dmitri, A Geometry of Music: Harmony and Counterpoint in the Extended Common Practice (Oxford University Press, 2011), 4.