Ode aan de rand

U heeft ze weer kunnen bewonderen afgelopen december: de bestuurders van het wonderlijke apparaat dat bastrombone heet. Een blinkende buis met een bewilderende beker en twee van die hij-kan-nog-lager-knopjes. Vooral de ‘euphonist’ die van pedalen houdt wenst stiekem een bastrombone aan zijn kwartventiel te vinden. Drukken en scheuren. Maar het ultieme aan de bastrombone is de rand: het niets waar instrument ophoudt en potentieel begint. Het onderdeel dat je er niet bij kan kopen. Nee, je kan het er echt niet bij krijgen. De rand ontstaat uit de samenwerking tussen spelend lichaam en bewerkt koper.

Tijdens de kampioenschappen schitterden de volgende archetypes:

  • De fluwelen blazer, ook wel de euphonium zonder de kapsones genoemd. Volle klank en vloeiend blazen. Zacht als een warme deken. Dit type kan beter ruilen met de euphonium, want ja een euphoniumspeler zonder allures, zou het kunnen?
  • De wat-zien-ze-er-weer-druk-uit-dit-jaar bastrombonisten die helaas niet van het martinipodium afkomen. Bolle wangen, druk bewegen maar geen geluid. Veel input, weinig output.
  • Van die lekker met een randje onder de brassband doorschuivende blazers die bij nadere inspectie van de vrouwelijk overtuiging blijken. Dus, heren!
  • En dan de helden van de rand. Scherper dan een laserstraal en gelijk de laserstraal geen aanvullend materiaal: de pure rand. Voor deze bikkels is de rand een pars pro toto.

Een scherp voorbeeld van deze randguru’s is te vinden op een opname van Sea Pictures van Willebroek. Live op het EBK zaagt de basschuif een demper in tweeën met zijn klank. Magisch. Maar, beste bastrombonisten de tenorsectie hoeft niet doormidden en een nadeeltje van de rand is: er blijft zo weinig van over eenmaal op reis door de concertzaal. Er moet altijd iets zijn waar het randje aanzit. Kortom, de uitvoering van dit randverschijnsel laat in Nederland soms nog te wensen over. Het geheim: rand is synoniem aan grens. Op de rand is niet over de grens.