Mo 8 in Oxford

Voor de mensen die mij een beetje volgen op Facebook is het geen verassing dat ik een weekje in Oxford ben geweest. Maar wat de meesten niet weten is wat ik daar precies gedaan heb. Bij deze een blog om dat toe te lichten. Je hebt nou eenmaal een website dan moet je er ook maar eens wat opzetten, niewaar?

Eerst een stukje voorgeschiedenis. Ik heb ooit eens muziekwetenschap gestudeerd. Zo voelt het in ieder geval. Ik ben in 2012 afgestudeerd op de zogenaamde Roman de Fauvel – dat is allemaal elders te vinden op deze website. Ergens in oktober kwam ik een call for papers (CFP) tegen. Een vraag naar ideeën voor praatjes voor een nog te houden conferentie. De CFP  betrof een te organiseren conferentie door de Universiteit van Oxford over de Montpellier Codex deel 8. De wat? Het achtste deel uit een – waarschijnlijk later – samengestelde Codex die in het bezit is van de bibliotheek in Montpellier (meer informatie hier). In al mijn wijsheid besloot ik de stoute schoenen aan te trekken en mijn scriptie in te sturen (de eerste keer dat ik het durfde). Natuurlijk vlak voor de sluitingsdatum,  zoals iedereen van mij gewend is. Uiteraard kwam er snel het verwachte antwoord terug: het sluit niet helemaal aan bij de conferentie, maar kun je een abstract (samenvatting van wat je wilt vertellen) maken dat meer aansluit. Dat kon ik, geen regelrechte afwijzing is altijd positief. Dus in een middag verzamelde ik mijn gedachten en maakte een leuk verhaaltje en stuurde het – eigenlijk te laat – nog even in. In afwachting van uw afwijzing verblijf ik, zou Herman Finkers zeggen. Die kwam vrij vlot daarna. Er waren genoeg sprekers met een onderwerp dat dichterbij de bedoeling van de conferentie lag, maar ik was de eerste die in aanmerking kwam als er iemand uitviel. Precies zo een uitspraak waarvan je denkt: dat is wel het beleefde om te schrijven.

St. Hugh's College

Voor de mensen die nu denken: wat verwacht je nou als je een scriptie over de Roman de Fauvel instuurt naar een Montpellier Codex conferentie. Het geval wil dat het bewuste motet (een meerstemmig stuk met tekst; om een compleet inadequate omschrijving te geven) dat ik heb onderzocht een ander motet citeert. Je raad het al: dat kwam uit het achtste boek van de Montpellier Codex. In mijn scriptie is het maar een kleine uitstap, maar voor dit paper wilde ik meer naar de connectie tussen deze twee motetten kijken.

Toen februari kwam was ik allang vergeten dat deze conferentie nog bestond. Ik was wel uitgenodigd om te komen luisteren. Voor maar liefst 100 pond kon ik twee dagen luisteren naar academici die over een onderwerp spraken waar ik verder niet zoveel mee had. De schok was vrij groot toen ik op acht februari ineens wel werd uitgenodigd om te spreken. Er waren twee die niet konden (dus toch de eerstvolgende in de rij?). Dat de conferentie zelf op 20 en 21 maart  maakte het er niet veel plezieriger op. Dus aan de slag. Gelukkig had ik al eens wat geschreven over de connectie voor een cursus in Utrecht en zelf eens een essay gemaakt over het motet. Een kwestie van wat oud materiaal bijeen rapen en plakken maar. Helaas bleek het oppikken van het Engelse academische schrijven lastiger dan ik had verwacht en ben ik tot de avond voordat ik moest spreken blijven schaven aan de tekst. Die nooit helemaal tot tevredenheid stemde. Opgeven was geen optie.

Oxford truiDe tijd was daar. Vorige week vertrok ik met de hele familie (vader, moeder en zus) naar Oxford. De hele familie, omdat iedereen natuurlijk mee moest om Oxford te zien en de nodige Inspector Morse en Lewis sfeer te snuiven. Het kwam mij ook wel goed uit aangezien, ondanks de substantiële bijdrage van de organisatie, het mij meer dan 200 pond ging kosten om te overnachten in St. Hugh’s College. Dus met de hele familie in een bed en breakfast en met de auto en de boot naar Engeland.

Aangekomen in Oxford zijn we met de benenwagen, let wel 30 minuten naar het centrum, naar de binnenstad gelopen en hebben daar het nodige bekeken. Ik kon het niet laten om een University of Oxford-trui te kopen en wel de officiële natuurlijk. Geheel in Kroon-stijl dineerden we in de Pizzahut (een traditie waar we niet omheen kunnen). Ik was uitgenodigd om samen met de rest van de sprekers een drankje te doen in The Chequers. Hetgeen goed uitkwam, omdat mijn reisgenoten deze kroeg ook moesten bekijken – een van de favoriete kroegen van Morse, blijkbaar.

De dag erna begon de conferentie dan echt. Geopend door een van mijn favoriete muziekwetenschapsters Elizabeth Leach, begonnen twee heerlijk oude dames van Amerikaanse afkomst – met bijpassend accent – met een relaas over de plaats van de illustraties uit Mo 8 tussen illustraties uit andere manuscripten. Doel: een datum voor Mo 8 – de nieuwe naam voor deel 8 van het manuscript – vinden. Vele volgden met een andere insteek. De een gericht op layout, de andere op notatie. Gedurende de dag werd ons een lunch aangeboden. In geheel Harry Pottereske stijl genoten we een soort tajine gerecht met een engelse toetje – dat gebeurde ook niet elke dag werd mij verzekerd. Wat dan begint op te vallen is dat iedereen je vraagt naar je huidige onderzoek en bij welke universiteit je dat dan doet. Het discours gaf wel aan dat een master in de muziekwetenschap die geen promotieonderzoek doet en als dirigent en journalist werkt zeker niet de norm is. Vele interessante praatjes later vertrokken we voor ons diner naar een echte Franse brasserie, waar de – tot grote hilariteit onder de Franse gasten – Vin de France rijkelijk vloeide en de crumble heerlijk was.

Dan is de dag er dan echt, nu moet je zelf aan de bak. Ietwat opgepept door het vele Engelse spreken had ik er meer vertrouwen in dan een week ervoor. Ik vertelde over mijn onderzoek naar het motet van de Roman de Fauvel en de ideeën die ik heb over het motet-genre. Vervolgens gaf ik een lezing van het motet uit Mo 8, waarbij de sexuele inuendo’s het publiek vermaakten. Na afloop bleef het vrij stil. Ooh jee, denk je dan: ze vinden het niets. Wat ik mij niet realiseerde was dat de datering zo een issue was dat deze connectie tussen  de manuscripten wel eens kon betekenen dat Mo 8 niet later dan 1317 geproduceerd kon zijn  en aangeslagen Amerikaanse voeg me hierna: Wat betekent dit voor de datering. Ik moest helaas toegeven dat ik niet zeker kon zijn welke manuscript de andere nu citeerde. Ik gaf ze een lollie en pakte hem net zo hard weer af, was de lezing van de musicologe die in mijn blokje de discussie leidde. De grote man van de conferentie gaf aan geen stelling te durven nemen, dat was hier en daar wel anders, zowel in positieve als negatieve zin.

De reacties naderhand waren allemaal positief. Ik – in mijn meer paranoïde hoedanigheid – durfde ze niet echt serieus te nemen. Na de conferentie sprak ik met meerdere mensen en  hoewel ik zelf niet helemaal tevreden was, waren ze allemaal positief en spoorden me aan om door te gaan met onderzoek en te proberen een promotieplek te zoeken. De een was wat concreter dan de ander, om het zo te zeggen.

Dat was het dan de conferentie was voorbij, iedereen werd bedankt en kon zijn of haar vliegtuig, bus, trein of boot gaan halen. Gelukkig had ik nog een avond en dag in Oxford en kon ik me nu onbekommerd gaan uitleven in de stad. De avond brachten we door in The Chequers met de beste pubmaaltijd die ik ooit gehad heb. Beter dan menig Nederlands restaurant! De dag erna bestond uit een Farmers market, afternoon tea en een drankje in the Eagle and Child – ook weer zo een Morse en Lewis ding, maar ook de kroeg waar C.S. Lewis (The Chronicles of Narnia) en J.R.R. Tolkien (moet ik het echt zeggen? Lord of the Rings en The Hobbit) elkaar schijnbaar troffen. Het model voor de Harry Potter kantine – Christ Church –  bleek helaas gesloten.

Thuisgekomen was ik overwegend (ik blijf een onzekere klojo) positief en bekaf van een geweldige week in Oxford. Het was heftig om na anderhalf jaar geen enkele academische activiteit verricht te hebben weer eens in mijn onderzoek te duiken. Mijn eerste conferentie als musicoloog, in Oxford nota bene. Het heeft mijn wens om me hier meer mee bezig te houden zeker weer aangewakkerd. What’s next?