Enerverend weekend Nationals

Het weekeinde met de Engelse Nationals is achter de rug. Voor de zoveelste keer dit jaar wint een band uit Wales en bleef Yorkshire achter. Ik was in Londen om te praten met Edward Gregson de componist van Of Distant Memories (het verplichte werk op de nationals en onze NBK) en Jonathan Bates (kersverse solo alt van de Black Dyke en componist van Out of the Storm Clouds).

Vrijdag vroeg in de ochtend vlogen we naar Londen waar we (ik en mijn vader, de fotograaf) de hele dag genoten hebben van het Engelse waterige weer. Op naar Regent Hall waar Gregson in de middag zou spreken over zijn werk. Aangekomen bij het Leger des Heils in Oxford street bleken we ook kaarten te hebben voor een concert van de Grimethorpe Colliery band olv. Robert Childs. Het praatje van Gregson was erg informatief, maar dit lezen jullie wel in de Klankwijzer. Het concert van ‘Grimey’ werd vermakelijk geopend en afgesloten door een Eb tuba die een Zwitsers deuntje speelde, daarnaast werd het ‘testpiece’, diverse solo’s en ander werk van Gregson gespeeld. Een mooi moment in het programma was de bewerking van Abide with Me van Karl Jenkins (het tweede vleugje Welshe invloed van de avond). En grappig genoeg zat ik de hele avond achter mijn euphoniumheld David Childs.

Ik en Jonathan Bates

De Nationals begonnen vroeg met een afspraak met Jonathan Bates. We sluipen de Royal Albert Hall in via de artiesteningang. Iets wat hem niet onbekend was, hij trok ooit een jasje van Brighouse aan en deed alsof hij de pauken testte om maar een keer op het podium te komen. Onderweg vroeg ik hem waarom de Black Dyke niet aanwezig is, hij lacht en zeg: “Bad adjudicators I guess.” We beginnen ons interview en hij vertelt over zijn intenties met het stuk en hoe het in elkaar zit, daarna hebben we een paar foto’s gemaakt. De foto van ons beiden is wat onscherp, omdat ik de fotograaf niet duidelijk geïnstrueerd heb over de werking van het apparaat. Gelukkig zijn er wel mooie foto’s van Bates alleen. De eerste band heeft hij nog in onze box gehoord wat ‘nice seats’ waren volgens hem. Vervolgens is hij – omdat het toch een vriendelijke jongen is en hij bang was dat hij weggestuurd zou worden – naar zijn plekje bovenin de hal gegaan.

Ik en Edward GregsonDe middag bleek een zoektocht te worden naar Edward Gregson, we hebben afgesproken in zijn box, maar de organisatie heeft hem op het laatste moment ergens anders neergezet. Ik vind hem terwijl hij cd’s aan het signeren is, we spreken nu in de juiste box af. Na de uitvoering van Whitburn (let op, een van de meest eigenzinnige opvattingen!), waar Erik Janssen dirigeerde en collega Henk van Loon zichtbaar en vooral hoorbaar meedeed, trof ik hem. We stapten een halletje in en deden het interview. Ik kan niet teveel weggeven maar de volgende quote wil ik jullie niet onthouden, ik vroeg hem wat voor een stuk het was als het publiek minder bekend was met alle stukken waar hij aan refereert: “Dan is het een oud saai stuk, maar als het publiek dat echt denkt dan heb ik als componist gefaald, want er zit genoeg Gregson in.”

De box waar we inzaten bleek een gelukkig gezelschap, want er zaten maar liefst vier Welshmen in en een Cory fan (ik dus). De dame naast mij was de secretaresse van de Yorkshire regionals die nog wat sappige verhalen over ‘Grimey’ wist te vertellen. Verder waren alle inzittenden op leeftijd en heel erg duidelijk betrokken bij de Brassbandwereld. Aan het einde van de dag gaf iedereen elkaar de hand en bedankte elkaar voor een mooie dag samen in de box. Een totaal ander beeld dan bij ons.

Met betrekking tot het stuk werd door onze boxgenoten nog opgemerkt dat het stuk heel goed luisterbaar was en dat je er meteen van kon genieten, hetgeen werd weerspiegeld in het feit dat de bovenste ring in de Albert Hall sinds jaren niet zo vol zat. Dit  belooft veel goeds voor het Nederlandse publiek dat binnenkort kan gaan genieten van Of Distant Memories.